Vrijwel elke organisatie is ermee bezig. AI zit in de tools, kruipt de processen in en duikt steeds vaker op bij beslissingen die er echt toe doen. En toch: de grote doorbraak blijft voor de meesten uit. Niet omdat de technologie tekortschiet, maar omdat de mensen die ermee werken dat nog doen.

Dat was de kernboodschap op het TFG Innovation Event 2026, waar Kaspar van Hulst, Maat bij TFG en Patrick van Stokhem, Director of AI & Robotics Innovation van BREINN (onderdeel van Breman), de zaal meenamen in een eerlijk gesprek over wat AI-adoptie nou eigenlijk vraagt van een organisatie.

Kaspar over AI
Foto: Kaspar van Hulst

Iedereen wil iets met AI, maar wat precies?

Kaspar herkent het patroon bij bijna elke organisatie die hij tegenkomt. Er worden tools uitgerold, pilots opgestart en budgetten vrijgemaakt. Maar een heldere richting? Die ontbreekt te vaak. “Organisaties zeggen: we moeten iets met AI, maar wat precies blijft onduidelijk.” Het gevolg is een eilandenlandschap van experimenten dat nooit uitgroeit tot structurele waarde. Zijn conclusie is helder: AI is geen technologisch vraagstuk. Het is een leiderschapsvraagstuk.

’De technologie kan bijna alles, de vraag is wat jíj ermee wilt bouwen, en waarom’’.

De les van Billy Beane

Om dat concreet te maken, greep Kaspar terug op een klassieker: Billy Beane, de coach die de Oakland Athletics begin jaren 2000 naar succes leidde zonder het budget van de grote clubs. Beane gokte niet op naam of gevoel bij zijn spelersselectie. Hij deed dit aan de hand van data. Harde statistieken vervingen het onderbuikgevoel. Het resultaat? Het werkte, maar niet zonder slag of stoot. Zo vertelde Kaspar: ‘’Niet omdat de data niet klopte, maar omdat hij op een andere manier beslissingen nam dan mensen gewend waren.’’ Dat botst met gewoontes, met ego’s en met de manier waarop mensen altijd hebben gewerkt. Dat patroon herken je direct als je AI in organisaties introduceert. Het model kan uitstekend zijn. De bottleneck zit bij de acceptatie van een andere beslislogica.

Een stille AI is gevaarlijk

Governance is een woord dat snel wegzakt in abstractie. Kaspar maakte het concreet met een beeldende waarschuwing: ‘’Pas op voor de stille AI’’.

Een AI-systeem dat ongemerkt verandert, zonder dat iemand het doorheeft, is een risico. Niet dramatisch, niet zichtbaar, maar wél ondermijnend. Precies daarom is governance geen eenmalig hokje dat je afvinkt, maar iets wat je continu moet onderhouden. De uitdaging zit daarbij in het vinden van de balans tussen experimenteren en strak sturen zodra risico’s opdoemen. Dat vraagt om leiders die bereid zijn te blijven kijken, niet alleen te starten.

Data is strategisch, niet operationeel

“Garbage in, garbage out. Dat klinkt simpel, maar in AI is het keiharde realiteit”.

Een open deur, zei Kaspar zelf. De verantwoordelijkheid en de mate van eigenaarschap rondom data ligt vaak nog bij de IT-afdeling. Dat was ooit logisch, maar nu niet meer. Data is een strategische grondstof geworden. Wie er verantwoordelijk voor is, wat kwaliteit betekent, hoe je consistentie over tijd borgt, dat zijn vragen voor de boardroom, niet voor de systeembeheerder. Zonder die basis is elke AI-toepassing per definitie gebouwd op drijfzand.

Een pilot is geen innovatie

Een kritisch geluid dat ook in de zaal landde: te veel initiatieven stranden in de testfase. Kaspar was er direct over: “Een pilot is een test. Niets meer dan dat.” Het probleem is niet dat organisaties testen, dat is goed, maar dat organisaties beginnen zonder te weten hoe succes eruitziet. Wat moet er anders zijn als dit slaagt? Wie profiteert ervan? Wat wordt er mee besloten? Pas als je die vragen beantwoordt, weet je of een pilot de moeite waard is en of opschaling realistisch is.

Een kritisch geluid dat ook in de zaal landde: te veel initiatieven stranden in de testfase. Kaspar was er direct over: “Een pilot is een test. Niets meer dan dat.” Het probleem is niet dat organisaties testen, dat is goed, maar dat organisaties beginnen zonder te weten hoe succes eruitziet. Wat moet er anders zijn als dit slaagt? Wie profiteert ervan? Wat wordt er mee besloten? Pas als je die vragen beantwoordt, weet je of een pilot de moeite waard is en of opschaling realistisch is.

Breman bouwt aan overmorgen

Patrick van Stokhem liet zien hoe dat er in de praktijk uitziet bij BREINN wat onderdeel uitmaakt van Breman installatiebedrijf. De kernvraag waarmee Breman begon: Wat ben je eigenlijk als traditioneel installatiebedrijf in een wereld die digitaliseert in een tempo dat je nauwelijks kunt bijhouden? Het antwoord leidde tot een bewuste keuze. Innovatie brengt Breman niet onder in de lijnorganisatie. Ze bouwden er een aparte omgeving naast, expliciet gericht op de lange termijn, namelijk BREINN.

“We hebben een plek gecreëerd die bezig is met overmorgen, niet met vandaag.”

Binnen die omgeving experimenteren ze breed: sociale woningbouw op water, smart buildings en het anders installeren met data en software als ruggengraat. AI is geen los project maar een onderdeel van een bredere transformatie naar een AI-first manier van werken.

Humanoid robots en de kloof tussen simulatie en werkelijkheid

Ook robotica hoort bij het speelveld van Breman. Zo gaven Kaspar en Patrick tijdens hun sessie een demonstratie van Bob de robot. Humanoid robots worden getest in realistische omgevingen. Daar leerde Patrick een les die verder reikt dan robotica alleen: “Wat in simulatie werkt, werkt in de praktijk vaak nog niet vanzelf.” De wereld is rommelig. Processen zijn nooit zo netjes als ze eruitzien in een testomgeving. Dat betekent: blijven testen, aanpassen en eerlijk zijn over wat nog niet werkt. Het uitgangspunt is daarbij consistent: technologie is er om mensen beter te maken in hun werk. Niet om ze overbodig te maken.

Bob Robot
Foto: Robot Bob van BREINN

De snelheid verandert alles

Een inzicht dat Patrick deelde dat echt bleef hangen: de tijd tussen idee en toepassing is dramatisch verkort. “Wat je vandaag bedenkt, kan morgen al gebouwd zijn. Dat is krachtig, maar ook behoorlijk spannend’’. Want het betekent dat je als organisatie niet meer kunt werken in grote transformatiecycli. Je moet continu kunnen bewegen, leren en bijstellen. Dat vraagt een ander soort cultuur dan de meeste organisaties gewend zijn.

EU AI Act: de spelregels worden vastgelegd

De externe context verandert ook. De EU AI Act introduceert concrete kaders rond transparantie, risicobeheer en verantwoordelijk gebruikmaken van AI. AI veranderd van een technologisch experiment naar een gereguleerd onderdeel van digitale infrastructuren. Organisaties die dat als beperking zien, hebben het mis. Wie governance serieus neemt, is al klaar voor de regels die anderen nog moeten inhalen.

De drie pijlers van AI die werken

Kaspar sloot af met een samenvatting die alles dekt: succesvolle AI-adoptie vraagt om drie dingen die je continu in balans moet houden: richting geven, governance organiseren en experimenten koppelen aan waardecreatie. De centrale conclusie: AI is een leiderschapsvraagstuk.

‘’AI is geen technologisch vraagstuk, het is een leiderschapsvraagstuk.”

Patrick voegde toe wat dat in de praktijk betekent: “Technologie krijgt pas waarde als je het inzet om mensen beter te maken, niet om ze te vervangen.”

Meer verhalen over het Innovation Event 2026?

Precies dat is waar het op het TFG Innovation Event 2026 over ging. Niet over de tools, maar over de keuzes die je maakt als je ze inzet. Wil je meer lezen over de sessies van het Innovation Event 2026?  Bekijk hier het verhaal van Bharet Bhansing – Director of Operations bij ANWB Energie – over waar digitalisering écht begint.

Ontdek meer interessante artikelen

Neem contact op

Heb je een vraag of wil je de route naar één van onze kantoren inplannen? Via onderstaande button vind je al onze contactgegevens!